Blog – Bekend maakt (een stukje meer) bemind

Blog – Bekend maakt (een stukje meer) bemind

De Week Tegen Pesten is van start!

De zomervakantie is voorbij. Je bent weer aan de slag gegaan met een nieuwe groep jongeren. Je wilt een goede groepssfeer creëren en behouden. Pesten wil je natuurlijk voorkomen. Niet dat dat zo eenvoudig is. Je kent de principes van groepsdynamica, maar weet uit ervaring dat groepsprocessen grillig zijn. Een belangrijk onderdeel van dit proces – dat naar mijn idee vaak onderbelicht wordt – is elkaar leren kennen.

Want…

Onbekend maakt onbemind!

Het is een bekend gezegde. Illustratief hiervoor is de conversatie die ik laatst hoorde tussen moeder en dochter (Laura, 12 jaar):

‘Het is een stomme klas,’ aldus Laura over haar nieuwe klas in 2 havo.
Moeder: ‘Hoezo, een stomme klas? Wie zitten er dan in?’
Laura: ‘Geen idee, ik ken daar niemand.’
Moeder: ‘… uhh??…’

Herken je de denktrant van Laura? (Bij jezelf, bedoel ik, niet bij je kind ?.) ‘Nee, zo zou ik nooit denken’ zeg je misschien. Want je weet natuurlijk wel dat ‘onbekend’ niet gelijk staat aan ‘stom’, ‘oninteressant’ of ‘onaardig’. Maar check je eerste gedachte eens bij een situatie waarin je nieuwe mensen ontmoet. Je bent bijvoorbeeld op een feestje en kijkt even rond. In een hoekje zie je een man staan, hij staat alleen. Hij draagt een bril en heeft een keurige scheiding in zijn haar. Het eerste dat in je opkomt is ‘dat is een saaie boekhouder’.

De eerste indruk, zo is algemeen bekend, komt in een paar seconden tot stand.

En huppakee, een oordeel is geboren. Dit gaat automatisch, het is gebeurd voor je het weet. Maar het geeft niet, want ons idee bijstellen kunnen we wél. Op het feestje staat de man met bril en scheiding ineens naast je en hij spreekt je aan. Hij werkt als tuinman, vertelt hij. Ha, hoe bedrieglijk uiterlijk kan zijn! En saai is hij ook al niet. Na vijf minuten praten met hem heb je al meer gelachen dan je in de hele afgelopen maand hebt gedaan. Je stelt je mening bij: de man gaat – in jouw hoofd – binnen een paar minuten van ‘saaie boekhouder’ naar ‘grappige tuinman’.

Terug naar Laura in 2 havo. Nu ze een paar weken in de nieuwe klas zit, heeft ze haar mening al bijgesteld. Haar klasgenoten zijn niet stom! Tenminste, niet allemaal. Ze heeft nu een paar jongens en meiden beter leren kennen en met hen vormt ze een vriendenclubje. De andere klasgenoten kent ze eigenlijk nog niet. Ze hebben tijdens de introductieweek wel een paar kennismakingsspelletjes gedaan en van sommigen kan ze zich nog herinneren wat ze graag doen in hun vrije tijd, maar meer weet ze niet van hen.

Nu kun je natuurlijk niet met iedereen bevriend zijn en dat hoeft ook niet. Maar blijven groepsgenoten voor een groot deel onbekend voor elkaar, dan bestaat het risico op ‘wij-zij-denken’. De kans op pesten is groter. Het is dus zaak om ervoor te zorgen dat de jongeren in een groep elkaar – en jou! En jij hen! – leren kennen. Niet per se van haver tot gort, maar wel beter dan de oppervlakkige indruk.

Jongeren zijn uit zichzelf nieuwsgierig naar elkaar. In mijn gesprekken met jongeren voor mijn e-book ‘Ken jij je talent?’ (hier gratis te downloaden) gaven zij spontaan aan dat zij hun klasgenoten beter wilden leren kennen. Ze vonden het interessant om – juist van diegenen die ze nog niet goed kennen – te weten wat hun kwaliteiten en talenten zijn. Zelfs jongeren die wel eens ruzie met elkaar hebben lukt het prima om elkaars positieve kanten te benoemen. Geweldig toch?

Maar hoe zorg je ervoor dat de groepsleden elkaar leren kennen?

En misschien is de vraag vooral: wanneer?? Want je hebt niet iedere keer dat je met de groep bij elkaar bent de tijd om elkaar beter te leren kennen. Het is geen doel op zich, maar een middel om een veilige en ontspannen sfeer te creëren waarin de jongeren zich goed kunnen ontwikkelen.

Allereerst is het handig te bedenken dat een goed begin het halve werk is. Investeer je in de beginfase flink in een prettige groepssfeer, dan heb je daar later veel profijt van. Je bent vanaf het begin op een positieve manier bezig met elkaar en iedereen voelt zich gezien. Dat werkt natuurlijk veel beter dan dat je – met gevaar voor eigen leven – tussen de jongeren in moet springen omdat ze elkaar in de haren zijn gevlogen.

Maar die positieve sfeer blijft natuurlijk niet vanzelf zo.

Besteed ook in de volgende fasen van het groepsproces aandacht aan elkaar (nóg) beter leren kennen. Dat hoeft niet met werkvormen waarin elkaar leren kennen het doel is. Je kunt het ook verweven in de activiteiten die op het programma staan. Laat de jongeren in verschillende groepssamenstellingen met elkaar werken. Geef voorbeelden van vragen die ze tijdens het groepsproces aan elkaar kunnen stellen, zoals ‘Welke rol zou jij graag op je willen nemen bij deze opdracht?’ of ‘Wat vind jij van dit besluit?’. Help ze om goed naar elkaar te leren luisteren. Zelf kun je langs de groepjes lopen als ze aan het werk zijn en af en toe een kort gesprekje met een jongere aanknopen. Wat motiveert ze, wat vinden ze moeilijk, wat vinden ze interessant?

Enne… vergeet niet dat jongeren ook van jou graag méér willen weten dan dat je docent of jongerenwerker bent. Je hoeft niet heel je (privé)leven op tafel te leggen, maar vertel ze bijvoorbeeld eens waarom je voor dit beroep hebt gekozen. Ze vinden het fijn om te horen dat jij ook wel eens twijfelt of een steekje laat vallen. Laat de jongeren ook zelf vragen bedenken die ze graag aan je willen stellen.

Maakt bekend nou automatisch bemind?

Nee. (Inkoppertje hè?) Je vindt niet iedereen leuk die je beter leert kennen. Maar je kunt al snel meer begrip voor de ander opbrengen als je weet welke ideeën, bedoelingen, behoeften en talenten er achter het gedrag zitten. Er ontstaat respect voor onderlinge verschillen. En waarschijnlijk heb je toch meer overeenkomsten met de ander dan je dacht. Dat versterkt een gevoel van verbondenheid.